communicatieadviseur en tekstschrijver

Auteur: info@maaikefrencken.nl

Ooggetuigen

Vandaag is een feestelijke dag. Niet alleen omdat de bibliotheken, musea en theaters weer open mogen, maar ook omdat Ooggetuigen vanaf nu te koop is! Deze 208 pagina’s tellende publicatie belicht de collectie van het Bonnefanten in Maastricht door de ogen van publiek. Van de 73 mensen die in het boek vertellen over hun fascinatie voor een specifiek kunstwerk uit de museumcollectie, werden er 24 door mij geïnterviewd. Het waren bijzondere gesprekken met bezoekers en kunstliefhebbers van jong tot oud. Over wat kunst voor je kan betekenen. 

Het viel me op dat kinderen heel erg keken hoe een schilderij was opgebouwd en nadachten over hoe de kunstenaar te werk was gegaan. Zo wist een zesjarige mij haarfijn uit te leggen hoe de schilder met zijn ezel onderaan de berg had gezeten en de zonnestralen op de berg had weten te vangen. Daarna deed hij uit de doeken hoe hij zelf altijd tekeningen van vulkanen maakte. 

Een aantal geïnterviewden was ook zelf (in opleiding tot) kunstenaar of fotograaf. Zij gebruikten de kunstwerken weer als inspiratiebron voor hun eigen werk. 

Dat kunst ook kan troosten, bleek onder ander bij de dame van in de tachtig die haar dochter jong was verloren en me vertelde hoe ze iedere keer zo geraakt werd door een beeldje van Maria Magdalena van Jan van Steffeswert. 

Acteur Hein van der Heijden en minister Ingrid van Engelshoven, die ik telefonisch mocht interviewen aan het einde van haar werkdag, kozen allebei een kunstwerk dat hen deed denken aan hun puberteit. Bisschop Harrie Smeets tenslotte vertelde mij over zijn fascinatie voor een schilderij dat voor hem ging over de vraag wat ons tot leven brengt. Na afloop hadden we overigens nog een leuk gesprek over mijn oudoom die pastoor was. Blijkbaar stond hij bekend om de zegeningen bij vrouwen die moeilijk zwanger konden worden, informatie die ik nog niet eerder had gehoord. 

In Ooggetuigen zijn behalve de interviews maar liefst 393 kunstwerken in beeld gebracht. Ook bevat het essays van schrijvers Sarah van Binsbergen, Abdelkader Benali en Maria Barnas. Het boek verschijnt ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van het museumgebouw van Aldo Rossi en is uitgegeven door Bodosz Uitgevers in opdracht van het Bonnefanten. Je kunt het voor 29,95 euro kopen in het museum of hier bestellen. 

Uitsnede van een van de vier covers van het boek, vormgegeven door Annebeth Nies. Je ziet een deel van de foto Elise van Robin de Puy. Over dit werk interviewde ik regisseur Inez Derksen.

Iets met letters en boeken

Mijn moeder had een kantoortje. De kleinste slaapkamer in ons huis was slechts gevuld met een donkerbruine boekenkast vol boeken en een bureau met een typemachine erop. Daarachter zittend keek je uit over de fruitboomgaard.

Ik herinner mij niet dat mijn moeder er vaak zat. Meestal zat ze in de keuken aan onze tafel met de houten hoekbank. Te schrijven, te lezen of dingen te regelen.

Ik zat wel heel graag op haar kantoortje. Toen ik nog niet kon lezen, installeerde ik mij vaak achter de typemachine. Met trage aanslagen zette ik letter voor letter op papier. Ik liet ze aan mijn moeder zien. Heel soms bleken er bestaande woorden tussen te staan. Dat gevoel van trots herinner ik me nog goed. Ik geloof dat daar mijn plezier is ontstaan in schrijven, in het combineren van letters en woorden. 

Ook speelde ik vaak bibliotheekje. Vol ijver bepaalde ik welke boeken uitgeleend werden aan de onzichtbare en nogal stille bezoekers van mijn bieb. Mijn moeder was opgeleid als apothekersassistente, dus haar boekenkast bestond vooral uit medische boeken en romans als Atiman, de negerdokter bij het Tanganyikameer. Ik had een rolstempel met daarop mijn naam en adres. Stapels uitleenkaartjes stempelde ik daarmee vol. Toen ik vorig jaar mijn moeders boekenkast aan het leegruimen was kwam ik nog diverse boeken met die inmiddels vergeelde kaartjes tegen. 

Binnenkort ga ik in een echte bieb werken. Ik word namelijk – naast mijn zzp-werk – voor twee dagen per week consulent literatuur & klantadviseur bij bibliotheek Bibliorura in Roermond. Tijdens mijn studie had ik er al eens een bijbaantje. Ik genoot toen van al die verschillende bezoekers, de uitgebreide collectie en het prachtige historische gebouw. Ik verheug me erop daar (weer) te mogen werken in een functie die goed aansluit mijn liefde voor boeken, taal en het verbinden, helpen en inspireren van mensen. 

Gisteren werd bij de bibliotheek het volgende trapgedicht van de Roermondse dichter en rapper Brohlin Coumans (die ik toevallig al eens interviewde over o.a. schrijven als uitlaatklep) onthuld:

mijn allerliefste oma leerde mij lezen
ik daag je uit mijn verbeelding te betreden
loop en beleef elke trede
pak mijn hand ga met mij omhoog
durf je voorbij de kaft
de klim is zwaar
maar het uitzicht
uitzinnig

Het is erg mooi uitgevoerd, aan twee kanten van de trap. Beide kanten vormen los ook weer een gedicht. Voor mij laat het zien hoe verrijkend lezen en literatuur zijn. Of het nou begint bij je oma thuis, op het kantoortje van je moeder of in de bibliotheek. 

Weer een weblog

Toen ik elf jaar geleden zwanger was van onze tweede zoon begon ik een weblog. Om familie en vrienden op de hoogte te houden, maar ook zodat ikzelf alle bijzondere momenten niet zou vergeten. Tien jaar geleden – zoon nummer twee was toen al negen maanden – schreef ik dit: 

Het mag! Ik fiets apetrots met maar liefst twee zoontjes, stevig gezadeld, door de stad. De wereld ligt aan onze voeten. Onderweg stappen we af en genieten van een straatkunstenaar die op de stoep met krijt een schilderij van een oude meester namaakt. We vinden het prachtig en werpen vanaf onze fiets een muntstuk toe. We kwebbelen er alle drie op los. De zoontjes proberen elkaars hand vast te pakken. Ik trap stevig door. Tegen de wind. Tegen de tijd. 

‘Een bullldooozer! Een hoogwerker! Een ambulance! Een politie!’, hoor ik achter mij vakkundig roepen. Leer mij voertuigen kennen. Ik was er deze week nog getuige van dat Zoon een gigantische hijskraan mocht bedienen omdat hij zo gefascineerd bleef staren naar alles wat er gebeurde op de bouwplaats waar we langskwamen. 

Voor Kleine Zoon is de indruk van een fietstochtje al genoeg om in slaap te sukkelen, zijn hoofdje met fietshelmpje leunend op mijn arm. Totaal afgesloten van alle mensen die kijken naar het aandoenlijke tafereeltje. 

Thuis parkeren we de fiets en zitten we weer in ons kleine wereldje. Het drinken is nog niet goed en wel gepakt of Zoon is al op het terras met roze stoepkrijt in de weer. De straatkunstenaar himself. Hij strijkt, hij veegt en kijkt erbij alsof zijn leven ervan af hangt. ‘Kijk mama, de zee!’

Inmiddels zijn beide zoons tieners en kwam er nog een dochter bij. Zij is nu een kleuter. Ze crosst zelf op haar fietsje rond en houdt van stoepkrijten. 

Het weblog van toen bevindt zich nog ergens diep verstopt op het internet. Ik houd het al jaren niet meer bij. 

Sinds een jaar ben ik zzp’er. Na 11 jaar zei ik mijn baan bij het Huis voor de Kunsten Limburg op. Ik vond het tijd voor iets anders en had behoefte aan ruimte na het overlijden van mijn moeder vlak daarvoor. 

Het was fijn dat ik als zzp’er meteen voor een paar dagen per week voor VIA ZUID aan de slag kon. Daar doe ik communicatie en marketing en begeleid ik beginnende regisseurs, theatermakers en choreografen onder andere bij het schrijven van PR-teksten en marketingplannen. Het afgelopen jaar deed ik ook wat andere tekst- en interviewopdrachten waar ik erg blij van werd.

De coronatijd legde gelukkig niet al mijn werk stil, maar bood wel de ruimte om aan een eigen website te werken. Samen met Marco, mijn man, die de illustraties maakte. En nu heb ik dus ook weer een weblog. Hoera!

Pagina 2 van 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén